Marcel Breuer: de student die de stoel vijftig jaar vooruit bracht
Marcel Breuer ontwierp de Wassily-stoel toen hij nog student was aan het Bauhaus. De vrijdragende Cesca volgde drie jaar later. Twee stoelen, twee revoluties in meubeldesign, beide een eeuw later nog steeds in productie.
De Wassily- en Cesca-stoelen van Breuer behoren tot de meest gekopieerde ontwerpen in de meubelgeschiedenis. Dat betekent dat onze curatoren veel tijd besteden aan het controleren van de echtheid. Het goede nieuws is dat de originele markeringen van Thonet en Knoll, als ze aanwezig zijn, onmiskenbaar zijn.
Een jonge Hongaar aan het Bauhaus
Marcel Breuer (1902 tot 1981) was 23 jaar oud toen hij in 1925 de Wassily-stoel ontwierp. Hij was destijds student aan het Bauhaus in Dessau, in de meubelmakerij, en was kort daarvoor onder de indruk geraakt van het gebogen buisstaal van zijn fietsstuur. In hetzelfde jaar boog hij staal tot een stoelframe. Zo gaat het verhaal, en de stoel zelf spreekt dat niet tegen.
Ik vind Breuer bijzonder sympathiek omdat zijn stukken zo direct zijn. De Wassily is wat er gebeurt als je een 23-jarige vraagt om het probleem "maak een stoel van dit nieuwe materiaal dat ik vasthoud" op te lossen. De Cesca is wat er drie jaar later gebeurt als diezelfde persoon heeft geleerd te verfijnen.
Hij verliet Duitsland toen het Bauhaus in 1933 onder druk van de nazi's sloot, gaf les aan Harvard en bouwde een grote carrière op als architect (het oude gebouw van het Whitney Museum, het UNESCO-hoofdkwartier in Parijs). Maar het zijn de stoelen die mensen zich nog steeds herinneren.
Wat hij maakte
De Wassily B3 (1925), met zijn buisframe van staal en zitting en rugleuning van leer, werd vernoemd naar Wassily Kandinsky, die een van de eerste exemplaren voor zijn Bauhaus-appartement kreeg. Knoll produceert de stoel sinds 1968. Vintage Knoll Wassily's uit de jaren 70 en 80, met het originele cognac, zwarte of witte leer, vind je op Whoppah voor € 700 tot € 1.400.
De Cesca B32 (1928), de vrijdragende bijzetstoel met een zitting en rugleuning van webbing op een verchroomd stalen frame, is het meest geproduceerde stoelontwerp van de 20e eeuw. Knoll heeft de licentie. Authentieke vintage Knoll Cesca's kosten tussen de € 200 en € 500 per stuk. Een van de meest betaalbare echte Bauhaus-items die je kunt kopen.
De Cesca B64 (1928) is de fauteuilvariant: dezelfde vrijdragende constructie, maar dan met armleuningen. € 350 tot € 700.
De Laccio bijzet- en salontafels (1925) maken de set compleet. Tweedehands kosten ze rond de € 400 tot € 900.
Waarom deze stoelen een goede aankoop zijn in 2026
De vrijdragende constructie was een structurele revolutie. Tot Breuer (en vrijwel tegelijkertijd Mart Stam) had elke stoel vier poten, omdat iedereen aannam dat je vier poten nodig had. De sledestoel bewees het tegendeel. Die structurele lichtheid vertaalt zich in meubels die visueel minder ruimte innemen in een kamer, wat een van de meest onderschatte kwaliteiten is die een meubel kan hebben.
Zittingen van webbing slijten na twintig tot dertig jaar en moeten opnieuw worden gemat. Dit is normaal, redelijk geprijsd en geen reden om van de koop af te zien. Het originele chroom moet schoon en egaal zijn; putjes zijn moeilijker te herstellen.
Hoe herken je een echte Knoll
Een ingenaaid leren label aan de binnenkant van de zitting met de tekst KNOLL INTERNATIONAL. Een metalen plaatje met serienummer aan de onderkant. Een enkele, doorlopende gebogen stalen buis (geen zichtbare lasnaden). Italiaanse en Duitse kopieën zijn overal te vinden, maar zijn niet hetzelfde object. Een echte vintage Knoll Wassily voor € 900 is een beter object dan een gloednieuwe kopie voor € 450.




