Charlotte Perriand: de ontwerpster die in de 20e eeuw eindelijk de juiste erkenning krijgt
Gedurende het grootste deel van de 20e eeuw werd het werk van Perriand toegeschreven aan Le Corbusier. De catalogi corrigeren dit nu. Haar solocarrière (vanaf 1937, nadat ze het atelier van Le Corbusier verliet) is een van de belangrijkste verzamelingen meubelontwerpen uit die periode.
Het aanbod van Charlotte Perriand is de afgelopen twee jaar sterk gegroeid op Whoppah. Onze curatoren hebben gezien hoe haar marktwaarde die van haar mannelijke tijdgenoten inhaalt, en dat zie je terug in het aanbod: verkopers prijzen nu met meer vertrouwen.
Een naam die altijd al op de stoelen had moeten staan
Charlotte Perriand (1903 tot 1999) trad in oktober 1927 in dienst bij het atelier van Le Corbusier. Ze had eerder dat jaar gesolliciteerd, waarop Corbusier naar verluidt zei: 'we borduren hier geen kussens'. De maand daarop liet ze hem haar installatie voor de Salon d'Automne zien (een bar van chroom en leer met krukken), en hij nam haar ter plekke aan. Ze bleef tien jaar en ontwierp het grootste deel van wat de wereld nu 'Le Corbusier-meubilair' noemt: de LC2, LC3, LC4 chaise, LC1 sling chair, LC6 tafel en de rest van de serie uit 1928 tot 1929.
In 1937 verliet ze het atelier om haar eigen praktijk op te bouwen. De invasie van Frankrijk door de Vichy-regering in 1940 bracht haar naar Japan, waar ze de oorlogsjaren doorbracht met het werken in hout (staal was op rantsoen). In 1946 keerde ze terug naar Frankrijk met een volledig getransformeerd materiaalgebruik. De naoorlogse Perriand is in veel opzichten de interessantere Perriand.
Haar solowerk
De Tunisie boekenkast (1952, in samenwerking met Sonia Delaunay voor de kleurpanelen) is een van haar kenmerkende stukken. Modulaire open kasten met geschilderde schuifpanelen in primaire kleuren. Authentieke productie uit die periode van Steph Simon, die haar werk uitgaf, wordt op Whoppah verkocht voor € 4.000 tot € 12.000, afhankelijk van de grootte en staat.
De heruitgaven van Cassina, gestart in 2007 door het 'Cassina I Maestri'-programma van het merk, zijn de makkelijkste instap in de solocatalogus van Perriand. De Cassina Tunisie kost nieuw rond de € 8.000; vintage originelen van Steph Simon zijn duurder.
Haar interieurs voor het skigebied Les Arcs (vanaf 1967) brachten een heel vocabulaire voort van lage, modulaire zit- en opbergmeubels die je af en toe op Whoppah ziet. Meestal anonieme productie uit die periode, in de prijsklasse van € 600 tot € 2.500.
De Synthèse des arts kasten (1955), de geschilderde houten kasten in verzadigde kleurblokken, zijn haar meest grafische werk. Originelen worden verhandeld voor bedragen met vijf cijfers.
Waarom ze belangrijk is
Twee dingen, denk ik.
Ten eerste is de correctie van de credits meer dan terecht. De LC-serie behoort tot de meest herkende meubels ter wereld, en het was grotendeels het ontwerp van Perriand. Als je in 2026 door museumzalen loopt en eindelijk 'Le Corbusier, Pierre Jeanneret, Charlotte Perriand' op de labels ziet staan, is dat een klein detail dat ertoe doet.
Ten tweede is haar naoorlogse solowerk echt onderscheidend. Ze introduceerde hout, geweven riet, modulaire constructie en een meer huiselijke schaal in een ontwerptaal die Corbusier architectonisch had gehouden. Als je meubels wilt met de strakheid van het modernisme maar de warmte van ambacht, dan is Perriand de ontwerper voor jou.
Waar je op moet letten
Originelen geproduceerd door Steph Simon zijn het hoogtepunt voor verzamelaars; heruitgaven van Cassina zijn het toegankelijke alternatief. Beide zijn legitiem. Let op niet-toegeschreven stukken die worden verkocht als 'in de stijl van Perriand', maar die in werkelijkheid anonieme producties voor Les Arcs of Franse regionale kopieën zijn. De curatie van Whoppah maakt hierin zorgvuldig onderscheid.




